• Heroes and Zeros
  • Rum on Board
  • Der Kleine Hausmeister
  • Sons of Bitches
  • Work and Sing
  • Home
Sons of Bitches

WOODY & PAUL GO ELECTRIC!
What started out as a very dynamic duo on wooden instruments, swiftly developed into an amazing rock band. With three records ranging from sweet acoustic blues to psychedelic roots songs, the time was right for an upbeat rock statement. The statement’s called: Sons of Bitches; and it’s a bad son of a bitch! Together with the great Joshua van Iersel on drums they went down to the basement of Lab van Akoestiek where Bertje put up his microphones. They came out with their grooviest album to date.

Is the music on Sons of Bitches as straightforward as the title? Nope, not at all. The swamp sounds from down south are still there, but there’s a new and unique vibe going on. Songs like ‘Kiss Y’r Cash Goodbye’ and ‘Ain't Nobody's Gonna Steal My Honey’ are catchy like Madonna in her golden years. Woody & Paul’s voices are maturing and so is the music. Their next album will surely show another side of the boys, but until then: get Sons of Bitches or just forget about it! The boys from the city of alcohol escapades said so.



Rootsminnend Nederland kan weer op z’n kop gaan staan: na vorig jaar getrakteerd te zijn op de Shiner Twins, die een authenticiteit -een zeer gevaarlijk woord in verband met muziek lazen wij laatst in de Volkskrant- aan de dag legden die wij zelden te zien krijgen hier te lande, hebben wij hier onze eigen (streep door wat niet van toepassing is) Two Gallants, North Mississippi Allstars, White Stripes, afijn, u begrijpt dat het hier gaat om een duo, heden aangevuld met drummers overigens, dat elkaar gevonden heeft op de crossroads, die wij in Nederland dus ook blijken te hebben, alleen een enkeling weet ze kennelijk te vinden, zoals deze ongetwijfeld voor hun moeder hele lieve tevenzonen, die afgelopen tijd gerijpt zijn in het waanzinnige Beukorkest, met daarin een aantal geestverwante rootsy rammelrockers.


Plato Mania | Albert Jonker | september 07



Toen de Eindhovense cowboys Paul van Hulten en Woody Veneman twee jaar geleden hun eerste niet-in-eigen-beheer-cd 'Home' uitbrachten, was dat een aardige verrassing. Een akoestische plaat vol ongepolijste country-, volks- en bluesliedjes met een psychedelische draai en een sfeer die afwisselend aan duistere jukejoints in de Mississippidelta en de field recordings van Alan Lomax deden denken. Helemaal weg is die sfeer op hun derde album, 'Sons Of Bitches', niet. Maar helaas, met de titel van hun nieuwe plaat hebben Woody & Paul (sinds 2006 aangevuld met drummer Joshua van Iersel) zich blijkbaar ook stoerder geluid willen aanmeten. De gitaren ingeplugd, de versterker op tien. En hoewel dat soms redelijk uitpakt, klinken ze dit keer ook geregeld als een garagerockbandje dat beter nooit de garage uit had kunnen komen. Opener Kiss Yer Cash Goodbye hangt van middelmatige bluesrock aan elkaar en het bronstige Gimme Some Sugar ('pull down my pants and fuck me') is op z'n hoogst als puberale parodie geslaagd. Zonde, want op het eind bewijzen ze met het weemoedige countryliedje On The Run For No One dat ze wel degelijk talent hebben.

Het Parool  |  DJA | september 2007



Jonge honden hebben het niet van vreemden. Ook die onstuimige beestjes zijn schatplichtig aan de rijke voedingsbodem uit de zuidelijke staten van Amerika. Maar ach. Waar hebben we het over. Goed bekeken ligt er muzikaal gezien nergens een streep die aangeeft waar the Deep South ophoudt en de rest van de wereld begint. Dat die grens er ook niet hoort te zijn, komt boven tafel bij het luisteren naar 'Sons of Bitches', de nieuwe cd van Woody & Paul. Die plaat geeft een inkijkje waar de wortels van dit trio liggen. Ergens diep in het zuiden. In Eindhoven, om precies te zijn. Maar wel met behoorlijk wat Amerikaanse invloeden.

Openingsnummer Kiss Yer Cash Goodbye bijvoorbeeld is een krachtig lied dat doordrenkt is met grote stadspop met daarover een Southernrocksausje uit de zeventiger jaren. Bij wijze van spreken dan. Maar ook bluesrocker Do Re Mi heeft dat een beetje. Het zijn van die eigenwijze nummers die doen denken aan gitaarrock van de legendarische band Lynyrd Skynyrd. Of aan die van de Allman Brothers. Om nog maar eens wat meer superlatieven te gebruiken. Want als er links gemaakt moeten worden tussen rock, blues, country en folk zijn grotere namen bijna niet te verzinnen. Het etiket ‘Southernrockbluescountryfolk band' past helemaal op de plaat van Woody & Paul.

'Sons of Bitches', uitgegeven door Munich Records, is een garantiebewijs voor goede muziek. De nummers waaien nog wel alle kanten in, maar over de kwaliteit valt niet te mopperen. Sterker nog; de plaat groeit bij de keren dat ie in de platenspeler verdwijnt. De autobiografische teksten over het leven komen recht uit het hart. Wat te denken bijvoorbeeld van akoestisch prijsnummer Booze 'n Bicycles. In krachtige woorden wordt gezongen over drinken en roken. Zoals bij rock & roll hoort. De haren gaan recht overeind. Prachtig. Doorgaan zo, jongens.

Nummer 6 op de plaat is Black Widow. Ook weer zo'n kraker. Deze keer over verloren liefde. Een bijna huilende gitaar en meeslepende zang. Om maar geen genoeg van te krijgen. En hoe een kort countrybluesnummer moet klinken weten Paul van Hulten, Woody Veneman en Joshua van Iersel evengoed als doorgewinterde bluesmuzikanten. Luister maar eens naar Love Me Little Darlin'. Slechts 36 seconden duurt dit bluesje. Maar wel 36 seconden precies zoals het moet.

Om een lang verhaal kort te houden, 'Sons of Bitches' is een goede afwisselende plaat doordesemd met blues, rock, americana en folk met wat zeventiger jaren invloeden erin verwerkt. Waar kom je dat nog tegen, tegenwoordig. Bij Woody & Paul. Waar anders. Of dit trio, bestaande uit nog jonge muzikanten, ooit het grote publiek weet te bereiken is nog even afwachten. Maar goede platen maken, kunnen ze nu al. Snel dus naar de winkels en kopen die hap!!!

Folk Forum | Sjak Janssen | october 2007

Bluesrock en rock & roll van een Nederlands trio uit Eindhoven. Woody (Veneman) en Paul (Van Hulten) vormen samen met drummer Joshua Van Iersel deze formatie. Enkele jaren geleden debuteerden ze met 'Home', een akoestisch album met folk, blues en gospelsongs die hun oorsprong vonden in de sound van de sixties. De akoestische gitaren werden voor 'Sons Of Bitches' ingeruild voor elektrische en de muziek op deze plaat is wat ruiger en harder. De productie werd overgelaten aan de deskundige handen van Hermann Blaupunkt. Dit keer overheerst de seventies-bluesrock en ettelijke leuke gitaarriffs blijven de basis vormen van het werk van Woody & Paul. Zo is de openingstrack Kiss Yer Cash Goodbye seventiesrock à la Bad Company met de elektrische gitaren in een vooraanstaande rol. South American rootsrock door Zuid-Hollanders, het is eens wat anders. Do Re Mi is bluesrock in de stijl van Lynyrd Skynyrd. Evenzo klinkt Tail Lights Blues en Ain’t Nobody’s Gonna Steal My Honey. Pas in Booze 'n Bicycles – een dronkemanslied dat amper 2 minuten duurt – gaan Woody & Paul volledig akoestisch. Countybluesmuziek over het pijnlijke verlies van een grote liefde is het onderwerp van Black Widow. Een goede popsong zit verborgen in de track Careful Who You Take Home Boy en afsluiter On The Run For No One klinkt wat somber en donker en gaat opnieuw de akoestische toer op. 'Sons Of Bitches' is rock & roll, blues, folk, pop en Americana uit de Benelux. Alleen jammer dat de tien songs amper 28 minuten duren. Wie een CD koopt verwacht allicht een ietsje meer waar voor zijn geld. Maar verdienstelijk is deze plaat zeker wel. 

Rootstime | Valsam | october 2007



De in sixtiessound gedrenkte pre-war blues en country op Woody & Paul’s debuut-cd 'Home' was om je vingers bij af te likken. Inmiddels is het duo versterkt met drummer Joshua van Iersel, is het aantal gigs gigantisch gegroeid en klopt zelfs een groot label (Munich) aan de deur. Tijd voor die ‘altijd moeilijke tweede’ dus. Maar Woody & Paul flikken het weer en met een achteloos gemak. Met 'Sons Of Bitches' leggen ze ditmaal een zwaar accent op rauwe seventiesrock: de 
strakke gitaarriffs en somsaan waanzin grenzende vocalen maken van Sons Of Bitches een voortrazende stoomtrein. Gimme Some Sugar is een vulgaire, maar zorgvuldig opgebouwde up-tempo blues, die naar een hels hoogtepunt toewerkt. Een kenmerk van elk nummer op Sons Of Bitches. Ruwe psychedelica, liefdevolle folk en dirty rock-’n-roll, het komt allemaal voorbij op deze meesterzet van Woody & Paul.

Fret Pop Magazine  |  Ferenc Koolen | december 2007



Het Eindhovense duo Woody Veneman en Paul van Hulten leefde zich voorheen vaak uit op houten snaarinstrumenten. Dat leverde op de vorige schijven een soort akoestische Americana van eigen bodem op, die behoorlijk authentiek klonk en in positieve zin niet van deze tijd was. ‘Als we niet beter zouden weten, kan het vermoeden ontstaan dat de twee hebben lopen neuzen in de outtakes van de folkgrootheden uit Californië,’ stond er hier over hun eerder dit jaar verschenen album 'Home' te lezen.


Deze keer pakt de met drummer Joshua van Iersel (zoon van kunstenaar Rik, in de jaren tachtig onder meer actief als slagwerker in Der Junge Hund) uitgebreide band het voornamelijk electrisch aan. Daarbij zijn er eerder lijntjes richting Two Gallants en The White Stripes te trekken dan naar oude blues- en countryhelden. De cd rockt soms behoorlijk, maar nooit helemaal standaard. Met hun vrienden van Stuurbaard Bakkebaard (Onno Kortland speelt contrabas) delen ze de drang om Amerikaanse rootsgeoriënteerde muziek opnieuw uit te vinden of van kruisbestuivingen te voorzien. Woody & Paul zijn alleen iets minder gek en blijven iets dichter bij de traditie. De meest minimale uitingen werken uiteindelijk toch ook hier het beste. In Booze ‘n Bicycles bekennen ze fraai akoestisch veel te veel te zuipen en in het ultrakorte Love Me Little Darlin’ herleven de jaren twintig en lijkt het alsof er een niet eerder gehoord nummer van Robert Johnson is ontdekt.

Oor Magazine  |  Willem Jongeneelen | december 2007



Met hun ongecompliceerde manier van opnemen en recht-toe-recht-aan semi-akoestische blues, folk en rock weten Woody Veneman, Paul van Hulten en Joshua van Iersel uit Eindhoven een aardig rootsy sfeertje te creëren. Ook in hun teksten zijn ze recht voor z’n raap. Zo zou Booze ‘n Bicycles het lijflied van elke notoire zuipschuit kunnen zijn. I am drinking much too much / Just can’t seem to get enough, onthullen de heren openhartig. Gemakkelijk te onthouden na sluitingstijd, want veel meer tekst heeft dit liedje niet. Ook op liefdesgebied nemen ze geen blad voor de mond, getuige de zinsnede: Hey good looking woman / Get your ass over here / take out my cock and suck it. Kijk, dit zijn nog eens mannen die zich niet schamen voor hun elementaire levensbehoeften. Hoewel deze Eindhovenaren zich vooral laten inspireren door Amerikaanse rootsmuziek, klinken er nogal wat popinvloeden in hun liedjes door. En die komen met name uit de psychedelische hoek. Kortom, variatie te over op dit schijfje, dat je overigens beter niet kunt draaien in gezelschap van een nette dame.


Revolver Magazine  |  Harry de Jong | december 07



Als iemand een album bij Munich Records mag uitbrengen, dan weet je dat het met de muzikale vaardigheden van de betreffende act wel goed zit. Woody Veneman en Paul van Hulten maken sinds 2004 samen muziek in de oude blues-, folk en countrytraditie. In 2006 voegde Joshua van Iersel zich bij het duo om het slagwerk te verzorgen en gedrieën maakten zij dit derde album 'Sons Of Bitches'. Paul’s stemgeluid heeft een mooie klankkleur, die vooral goed tot z’n recht komt in ingetogen nummers als On The Run For No One, Booze ‘n Bicycles en Tail Lights Blues. De rocknummers zijn evenwel nogal cliché. Aardig rootsrock album, maar niet echt wereldschokkend.


Live XS | Haika Nanninga | december 07



Wat deze Nederlanders me voorschotelen kan ik het best omschreven als singer/songwriter roots met een rand. De invloeden en zodoende dus ook de nummers reiken van country, blues tot rock en folk maar er zit een eigenwijs kantje aan. De meeste nummers van Woody & Paul bevatten een serieuze portie melancholie en dit zorgt er voor dat de songs puur blijven. Verder wijken de mooie vocalen ook wat af van wat we gewend zijn in het roots genre. Nog een straffe truc van dit bandje vind ik het opwekken van de verschillende sferen. Op het ene moment zou je zweren met een oude en krakende blues - of folktrack uit de jaren dertig van doen te hebben om vervolgens omver geblazen te worden door een smerige rocker van formaat. Meestal worden de nummers elektrisch op ons losgelaten maar in enkele gevallen gaan ze volledig akoestisch en dat levert mooie pareltjes op. On The Run For No One is zo’n voorbeeld en zou zelfs uit een akoestische sessie van Nirvana kunnen zijn. Maar verscheidenheid troef dus. Al maakt ook de algemene soberheid van dit ’Sons Of Bitches’ een mooie plaat. Het ene moment prachtig ingetogen, het andere met de ballen uit de broek en rocken maar. Wie zijn portie roots eens anders geserveerd wil hebben, grijp uw kansen.


Dreun E-zine | Ghoulie | december 07